Durf nee te zeggen tegen beleggingspolis




beleggingspolis Verzekeraars klagen steen en been over de ophef rond hun beleggingsverzekeringen. Maar ondanks alle negatieve media-aandacht lijkt de verkoop 24.000 polissen in december er niet onder te lijden. Het is dus de vraag of adviseurs wel alternatieven aanraden. Die zijn er wel. Sterker, het pakt vaak bovendien voordeliger uit, zo blijkt uit een kostenvergelijking van de Consumentenbond van hypotheken mt en zonder beleggingspolis.


Vorige week gingen we in op de kosten die op beleggingspolissen drukken. Wat als blijkt dat deze te hoog zijn? Stopzetting van de polis leidt pas echt tot duurkoop. Alleen een compensatieregeling biedt hoop. Voor iedereen die nu een beleggingshypotheek afsluit, ligt het duidelijker. Durf nee te zeggen tegen een beleggingspolis.


Veel bezitters van een beleggingshypotheek maken zich zorgen over de beleggingspolis die voor de aflossing moet zorgen. Hoe kom je van een verzekeringscontract af dat na enkele jaren onvoordelig blijkt, als je voor 30 jaar hebt getekend? Les n: geen paniek. Allereerst omdat nog niet duidelijk is hoeveel polissen te hoge kosten verbergen. Wellicht heeft u net een goede verzekeraar getroffen. Als na onderzoek echter blijkt dat uw polis echt duurkoop is, bijvoorbeeld door een te dure overlijdensrisicoverzekering, dan is afkoop meestal geen goede optie. Premievrij maken stoppen met de premiebetaling, maar de polis loopt door lijkt dan voor de hand te liggen, maar ook dat is veelal een slechte keus.


Stoppen

Bij afkoop kan de opbrengst vies tegenvallen. Dat heeft te maken met de kosten. In de eerste vijf jaar kan het kostenpercentage algauw oplopen tot 40% van de premie (zie Ander kostentarief). Stoppen met een beleggingspolis vlak na die vijf jaar is daarom erg onvoordelig, omdat er betrekkelijk weinig vermogen is opgebouwd. Bovendien brengen verzekeraars dan ook kosten in rekening die ze over de rest van de looptijd op de premie zouden hebben ingehouden, aldus Rob Goedhart, beleidsmedewerker van de Consumentenbond. Ten slotte klopt ook nog eens de fiscus aan de deur als de afkoop binnen 15 jaar plaatsvindt. Een positief verschil tussen het afkoopbedrag en de ingelegde premie wordt dan als inkomen in box 1 belast. En als je nu afkoopt, mis je mogelijk ook nog eens een eventuele compensatieregeling, besluit Goedhart.


Ook als de consument stopt met de premiebetaling, brengt de verzekeraar de toekomstige kosten ineens ten laste van het belegde vermogen. Net als bij afkoop kan dat duizenden euros schelen. En bij premievrij maken, merkt de consument dat nauwelijks. Veel beleggingspolissen waarbij de premie uit de spaarloonregeling werd betaald, zijn in het verleden premievrij gemaakt. Natuurlijk staat het lagere beleggingskapitaal op de afrekening van de verzekeraar, maar in de regel worden consumenten pas wakker als ze de euros daadwerkelijk in handen krijgen.


Nieuwe klanten

Beter nieuws is er voor iedereen die op het punt staat een lijfrenteverzekering of hypotheek te nemen en daarbij ook een beleggingspolis krijgt aangeboden. Er zijn goede alternatieven. Zo kunt u bij een pensioenvoorziening altijd overwegen om zelf een maandbedrag te sparen of beleggen.


Over het vermogen betaalt u elk jaar weliswaar 1,2% vermogensbelasting, maar over het geld dat u later opneemt betaalt u geen inkomstenbelasting.


Verzekeraars schermen vaak met het argument dat ze een beter beleggingsresultaat kunnen behalen. Als u echter zelf maandbedragen in een wereldwijd beleggingsfonds stort, doet u in feite niets anders dan wat de verzekeraar met uw premie doet. Het grote verschil is dat er minder kosten op de inleg drukken.


Het vermogen in een beleggingspolis die aan een hypotheek is gekoppeld (in de volksmond beleggingshypotheek) valt niet in box 3. Zelf een vermogen opbouwen wel belast in box 3 waarmee u te zijner tijd de hypotheek kunt aflossen, levert dan per definitie een achterstand van 1,2% per jaar op. Bovendien zult u een aparte overlijdensrisicoverzekering die zit wel standaard in de beleggingspolis moeten afsluiten. Maar u kunt hier tussentijds wel met minder kosten vanaf.


Uit vergelijkingen van de Consumentenbond blijkt dat als u eerder dan de voorgenomen periode (vaak 30 jaar) van de hypotheek af wilt, de nettolasten (de hypotheeklasten minus de beleggingsopbrengst) het laagst zijn als u kiest voor een hypotheek waarbij de vermogensopbouw via een aparte effectenportefeuille loopt. Zeg maar een doe-het-zelfconstructie. Alleen als u een hypotheek met beleggingsverzekering tussen de 25 en 30 jaar ongemoeid laat, is deze variant voordeliger. Zolang duurt het namelijk voordat het fiscale voordeel tegen de poliskosten opweegt. In alle andere gevallen pakt een hypotheek met beleggingspolis nadeliger uit. En het komt best veel voor dat polissen tussentijds, vr 25 jaar, worden opgezegd, stelt Goedhart.


Scheiding

Zo zal bij scheiding de polis vaak stopgezet worden, omdat men het huis moet verkopen, stelt Goedhart. Hij wijst bovendien op het grote aantal oversluitingen van hypotheken. Een lopende beleggingspolis wordt daarbij vaak niet meegenomen. De ene levensverzekeraar die bereid is het geld te lenen, zal geen polis van een concurrent accepteren.


Al met al blijken de nadelen van een beleggingspolis vooral als het contract voortijdig wordt opgezegd. Het fiscale voordeel waar verzekeraars altijd mee schermen, geeft pas in de laatste vijf jaar een mogelijke voorsprong op doe-hetzelfconstructies. Die fiscale voorsprong gaat echter vermoedelijk verdwijnen als in 2008 ook bancaire producten van een fiscale vrijstelling in box 3 kunnen profiteren. Een beleggingsportefeuille die gekoppeld is aan een hypotheek (ter aflossing) zal dan niet langer belast worden met 1,2%.


Ander kostentarief

Al jarenlang wordt er op verzekeraars druk uitgeoefend om de kostenstructuur van onder meer beleggingspolissen aan te passen. Alle kosten zouden over de gehele looptijd uitgesmeerd moeten worden (doorlopende provisie), en niet grotendeels in de eerste vijf jaar moeten worden genomen (eerste kosten). Dit laatste systeem pakt negatief uit voor de snelheid van vermogensopbouw. Bovendien betreffen de eerste kosten vaak de provisie van de tussenpersoon/ verzekeringsagent. Doordat deze in vijf jaar tijd zijn volledige provisie verdiend heeft, is er in de latere jaren voor hem prikkel voor dienstverlening aan de polishouder.


We vergeleken de vermogensopbouw van de twee kostensystemen voor een polis met een looptijd van 30 jaar, een jaarpremie van 2400 en een rendement van 8%. Dertig jaar lang 10% lijkt duurder dan de eerste 5 jaar 40% en dan 25 jaar 5%. Maar schijn bedriegt.

Bron: Overgeld.nl 29 januari 2007


Hypotheek Nieuws


Hypotheek met fulltime baan in buitenland.
Maandag populairste zoekdag voor financiele producten.
Maximale hypotheek op basis van de nieuwe gedragscode.
Net niet genoeg inkomen voor een koopwoning.

Actueel

Hypotheekarchief